Het hiervolgende relaas is voor de verandering volkomen waar.
In 1999, tijdens een verblijf in Jeruzalem, bracht ik een bezoek aan de kerstviering in Bethlehem. Het was reuzegezellig, ware het niet dat de viering eveneens werd bijgewoond door Yasser Arafat. Nou, dat hebben we geweten. De festiviteiten werden overschaduwd door de zichtbare aanwezigheid van Palestijnse scherpschutters, wiens rode lasers omineus over muren en daken kropen.
Ik durfde geen onverwachte bewegingen te maken uit angst meteen te worden neergekogeld.
In 2005 probeerde ik in Londen nietsvermoedend een menigte te doorkruisen toen ik prompt staande werd gehouden door de politie. Voor ik goed en wel in de gaten had wat er gebeurde werd ik gefouilleerd en door een metaaldetector geloodst. Wat bleek: ik was terechtgekomen in de Britse dodenherdenking, en op steenworp afstand was de voltallige koninklijke familie bezig een krans te leggen.
Ik durfde geen onverwachte bewegingen te maken uit angst meteen te worden neergekogeld.
Een paar maanden geleden wilde ik bij station Den Bosch een gezellig glaasje muider schipperbitter gaan drinken. Ik lette niet goed op en raakte met mijn tas een menneke dat nietsvermoedend op het terras van de zon zat te genieten. De zonnebril vloog van zijnen kop en klaterde op de grond.
‘Neem mij niet kwalijk,’ zei ik terwijl ik de bril opraapte.
‘Geen probleem,’ zei het vriendelijke menneke.
Toen ik verder liep hoorde ik een toesnellende ober zeggen: ‘Alles goed, meneer Rutte?’
Ik draaide mij om en ja hoor.
Vriendjes!
Wij leven in een land waarin wij de minister-president ongestraft de bril van de snuit kunnen meppen.
Zonder te worden tegengehouden. Zonder te worden opgepakt. Zonder te worden neergekogeld.
Zullen wij dat met z’n allen zo houden ja?
Bedreig geen op straat lopende staatsdienaren.
Ik dank u voor uw tijd.